9 februari 2018 door Henk Boeke

Armeluiseten

Sylvia Witteman schreef een kookboekje voor haar dochter die op kamers ging. Leuk en lekker! Maar wel met wat bedenkingen hier en daar.

Armeluiseten
door: Sylvia Witteman
uitg.: Nijgh & van Ditmar
prijs: € 9,99
ISBN: 9789038804156
Online bestellen

Sylvia Witteman schreef het boek dat ik zelf had willen schrijven; over goed en goedkoop eten voor kinderen die het huis uit gaan. Om ze op papier mee te geven wat je zelf aan kennis en ervaring hebt opgedaan, met de recepten van je eigen stergerechten waar ze zo van smulden toen ze nog thuis waren.

'Armeluiseten' is precies het soort kookboek waar ik van hou, met niet alleen recepten, maar ook verhalen, anekdotes, trucjes, en achtergrondinformatie over het waaróm van bepaalde ingrediënten of handelingen.

Bijvoorbeeld dat je een kip na het braden toch echt even een kwartiertje moet laten rusten – wat overal staat maar wat bijna niemand doet – omdat anders al het sap uit de kip loopt en hij droog wordt.

Bij de trucs las ik er een die ik nog niet kende, namelijk hoe je gewokte kipfilet net zo mals en sappig kunt krijgen als bij de thai of de chinees. Namelijk door de plakjes kipfilet vóór het wokken eerst een half uur te marineren in een mengsel van maïzena, eiwit en witte wijn, en ze daarna een minuut te pocheren in heet water dat net tegen de kook aan zit.

Eigenwijze nuchterheid

Ook leuk (en nuttig): de eigenwijze nuchterheid waarmee allerlei vastgeroeste ideeën worden afgeserveerd. Zoals die rare gewoonte om geroosterd (stok)brood op de uiensoep te serveren: "Officieel moet je nu stukjes brood roosteren, met kaas bedekken, die op de kommen soep laten drijven en gratineren in de oven. Ik heb daar nooit wat van begrepen. Het is omslachtig, je brandt je poten aan de kommen en het brood wordt nat." (Waarna ze een goed alternatief geeft: "Maak er gewoon tosti's bij: tosti's zijn sowieso armeluisvrienden.")

Of: "Wat mij lang weerhouden heeft van zelf bouillon trekken is het gelul dat je er altijd bij krijgt, in kookboeken. Afschuimen, zeven door 'een fijne doek', 'klaren' met eiwit, dit alles met het tamelijk bespottelijke oogmerk een 'heldere' bouillon te krijgen." Wat inderdaad nergens voor nodig is natuurlijk.

Deze citaten tonen overigens ook de wat grofgebekte stijl van Witteman. "Je brandt je poten aan de kommen", en "het gelul" krijg je er altijd bij. Ook kun je er altijd nog "van alles bij flikkeren". Op zich heb ik daar geen enkel bezwaar tegen (elk vogeltje zingt zoals het gebekt is, en mijn beste vrienden – en vriendinnen – kunnen behoorlijk grof in de mond zijn) maar af en toe wekt het wel de indruk van: kijk mij eens, en hoe ik het durf te zeggen.

Lekker en goedkoop

Dan de gerechten en recepten zelf. Die deugen, stuk voor stuk. Ze zijn allemaal lekker én goedkoop. Althans, bíjna allemaal lekker en bíjna allemaal goedkoop.

Over smaak moet je niet zeuren (ik houd toevallig niet zo van banaan) maar als je het goedkoop wilt houden, moet je natuurlijk niet aankomen met biefstuk, of her en der met zalmsnippers gaan strooien. Maar goed. Een absolute klassieker, op het gebied van lekker en goedkoop, is de aardappel-preisoep. Mooi dat die erin staat! En natuurlijk hoe je lekkere pasta, of een goede chili con carne moet maken.

Weinig vegetarisch

Met die chili con carne (alsmede de biefstuk, de zalmsnippers, en de veelheid aan kipgerechten), raken we wel een gevoelig punt. Witteman is een echte carnivoor, en steekt dat niet onder stoelen of banken. Met als gevolg dat de vegetarische gerechten er maar bekaaid vanaf komen.

Hier en daar staat er wel iets wat zonder vlees of vis gemaakt kan worden, zoals de aubergine met Parmezaanse kaas, of dat je het vlees ook kunt weglaten, maar ik miste toch wel een apart vegetarisch hoofdstuk. Al was het maar om je uithuizige kinderen, als die zelf ook carnivoor zijn, een handje te helpen als ze vegetarische vrienden te eten krijgen.

Paar minpuntjes

En nóg een paar minpuntjes: hier en daar is Witteman wat slordig. Bijvoorbeeld in het recept voor aardappelpannenkoekjes. Daar staat, bij de ingrediënten: 2 eetlepels bloem. Zonder dat uitgelegd wordt – bij de bereiding – wat je daarmee moet doen. Mengen door de geraspte aardappelen? Of de pannenkoekjes ermee inwrijven? Geen idee. Een klassieke kookboekenfout.

Ook wordt af en toe de doelgroep – die meestal nog weinig kookervaring heeft – uit het oog verloren. Zoals bij het roosteren van groenten: "laat alles in een flink hete (220 graden) oven roosteren tot het beetgaar is en een beetje bruin." Ook weer zo'n klassieke kookboekenfout: "tot het gaar is". Maar hoe lang is dat dan? Een kwartier? Een half uur? Een uur? Twee uur? Waar moet je ongeveer op rekenen? (Ik weet het; het hangt af van het soort groente, en hoe groot of klein je de boel gesneden hebt, maar toch. Mijn eigen vuistregel is overigens een half uur. Soms iets korter, bij aubergines in blokjes, soms iets langer, bij harde groenten zoals bospeen.)

Prima boekje

Maar al met al toch een prima boekje, dat je met een gerust hart aan je kinderen kunt geven als die het huis uit gaan. Of dat je ook heel goed zelf kunt gebruiken, als je nog 's wat meer wilt weten over goed (en lekker) en goedkoop koken. Lekker leesvoer, met smakelijke verhalen, is het sowieso.

Al blijft er gelukkig nog voldoende stof over om ook zelf nog eens zo'n boekje te gaan schrijven. Over alle onderwerpen die Witteman heeft laten liggen, zoals: vergeten vlees (tong, teelballen, hartjes, maagjes), alternatieve bereidingswijzen (roken, grillen, garen met citroen, konfijten met olijfolie) en wildplukken (gratis eten!)